De grote prestatie om als één persoon te handelen

Verslag van de 'First International Conference on the Dialogical Self'

[Een gelijkende tekst is gepubliceerd in De Psycholoog, jaargang 25, nr. 9 (sept. 2000), pag. 397-398.]

Tom Luken

 

Na acht tweejaarlijkse nationale symposia over de Waarderingstheorie en de Zelfconfrontatiemethode vond op 23 tot 26 juni 2000 te Nijmegen onder voorzitterschap van Hubert Hermans de First International Conference on the Dialogical Self plaats.

Deze conferentie bracht 150 mensen bij elkaar uit zeventien verschillende landen. Ruim de helft kwam uit het buitenland. Zowel 'scientists' als 'practitioners' namen deel, overeenkomstig de bedoeling.

Het programma bood de deelnemers voordrachten van zes gereputeerde keynote sprekers: Henk Stam, Jaan Valsiner, Hubert Hermans, Dan McAdams, Ivana Markovà en Kenneth Gergen. Daarnaast vonden 6 symposia plaats, 52 individuele presentaties van papers en een aantal presentaties van posters. De symposia en presentaties waren in parallelsessies georganiseerd, hetgeen moeilijke keuzes met zich meebracht. Dit verslag kan slechts een beperkte, persoonlijke weergave bieden en kan onmogelijk aan alle bijdragen recht doen. Via de website http://www.socsci.kun.nl/psy/congress2000/ kunnen geïnteresseerde lezers kennis nemen van samenvattingen van alle voordrachten en desgewenst via e-mail in contact komen met de auteurs.


Hubert Hermans werkt reeds sinds de jaren zeventig aan een narratieve, contextualistische persoonlijkheidstheorie, de 'waarderingstheorie'. In dezelfde periode introduceerde hij de zelfconfrontatiemethode. De persoon wordt in dit begrippenkader opgevat als een gemotiveerde verhalenverteller en het zelf als een georganiseerd proces van betekenisgeving (zie bijv. Hermans en Hermans-Jansen, 1995). De theorie en methode ontmoeten in toenemende mate op nationaal en internationaal niveau erkenning en navolging.

In een publicatie in 1992 introduceerden Hermans, Kempen en Van Loon het begrip "Dialogische Zelf" in de psychologie. Het klassieke onderscheid van James in 'I' en 'me' wordt hierin uitgewerkt met behulp van begrippen uit onder meer de literatuurwetenschap en narratieve psychologie. Het zelf wordt niet langer 'centralistisch' opgevat, een entiteit die men zou kunnen vinden in de individuele geest. Het zelf wordt veeleer beschreven als een dynamisch systeem van ik-posities (enigszins te vergelijken met 'subpersoonlijkheden' of 'innerlijke stemmen'). Het ik geeft hierin beurtelings stem aan de verschillende posities, die in dialogische relatie tot elkaar staan, als de karakters in een polyphoon narratief, een meerstemmig verhaal. De (interne) ik-posities zijn op hun beurt gerelateerd aan (externe) anderen en aan ervaringen die gelokaliseerd zijn in verschillende tijden en contexten.

Een simpel voorbeeld, ontleend aan Hermans' eigen keynote lezing: men kan een optimistische en een pessimistische kant of ik-positie hebben, waarbij de ene positie gerelateerd is aan de vader en de andere aan de moeder. Een gebeurtenis of het feit dat men in gesprek is met een bepaalde persoon, kan tot gevolg hebben dat de ene ik-positie een veel sterkere stem heeft dan de andere. Vanwege een te nemen beslissing kunnen beide posities met elkaar een dialoog voeren. Tevens kan vanuit beide ik-posities dialogen gevoerd worden met anderen, bijv. de vader of moeder.

In werkelijkheid gaat het om zeer complexe systemen en processen. In deze postmoderne tijd dreigen de stemmen in het dialogische zelf zelfs nog talrijker en heterogener te worden en de 'sprongen' van de ene naar de andere ik-positie groter en abrupter. Het gevaar is voortgaande fragmentatie. Hermans citeerde Seneca, die een kleine 2000 jaar geleden al zei: "Het is een grote prestatie, geloof me, om als één persoon te handelen."

Het is ook nog maar de vraag, zo stelde Marc Lewis op het symposium waarin het ontwikkelingsaspect centraal stond, of werkelijk sprake is van een beschaafde interne dialoog. "The voices in our heads may be much less civilizedů. there is little listening going on." Vergelijkbaar is de wijze waarop Joao Salgado in een van de gepresenteerde papers het verschijnsel zelfbedrog benadert: één stem in het polyphone zelf domineert een andere. Michael Katzko wees er in zijn paperpresentatie op dat veel mensen in eerste instantie het idee van een dialogisch zelf verwerpen: "Als ik me met de ene persoon anders gedraag dan met een andere persoon, ben ik niet mezelf." Soms wordt men zich pas bewust van verschillende ik-posities als men geconfronteerd wordt met een moeilijke keuze. Saskia Kunnen wees er in haar symposiumbijdrage op dat vooral in de adolescentie het aantal ik-posities en het gevaar van compartementalisatie groeit. Door middel van een dynamisch systeemmodel, waarmee een computerprogramma de individuele ontwikkeling simuleert, illustreerde zij hoe het dialogische zelf weer in evenwicht en tot rijpheid zou kunnen komen.

De bedreigingen voor een geïntegreerd functioneren van de persoonlijkheid zijn sinds Seneca waarschijnlijk alleen maar toegenomen, getuige werken als 'The Corrosion of Character' van Sennett (onlangs in de Psycholoog besproken door Ruud Abma) en het spraakmakende 'The Saturated Self' dat keynote spreker Gergen tien jaar geleden schreef. De explosie van sociale invloeden en te maken keuzes confronteren het individu met de verdeeldheid van het zelf.

De zelfconfrontatiemethode (ZKM) blijkt in de oorspronkelijke vorm of na aanpassing of aanvulling geschikt om overzicht te krijgen over het dialogische zelf. Daarnaast zijn op de conferentie enkele andere methoden gepresenteerd. Hermans zelf ontwikkelt momenteel een nieuwe methode, de 'Personal Position Repertory'. Peter Raggatt presenteerde 'The Personality Web' methode.

Op de conferentie zijn verscheidene toepassingen van de ZKM voor praktische doeleinden ter sprake geweest. Een symposium onder leiding van Richard van de Loo ging over de loopbaanadvisering. De waarderingstheorie biedt een goed begrippenkader om dysfuncties van personen in de context van arbeidsorganisaties te analyseren en de ZKM helpt om effectieve interventies te vinden en te realiseren. De methode blijkt uitstekend aan te sluiten op de narratieve benadering van loopbaanvraagstukken en biedt met name een concrete manier om levensthema's op het spoor te komen.

Riet Fiddelaers-Jaspers besprak de toepassing van een speciaal ontwikkelde versie van de ZKM voor de begeleiding van adolescenten die in een crisissituatie verkeerden na het plotselinge verlies van een ouder. Toos van Huijgevoort presenteerde een onderzoek waaruit blijkt hoe de ZKM (wederom in een speciaal ontwikkelde versie met speciale hulpmiddelen) kan helpen bij het leren omgaan met een visuele handicap.

Het aantal bijdragen uit de wetenschap overtrof nog verre die uit de praktijk. In talloze, vaak fascinerende contexten worden de ZKM of elementen ervan gebruikt. Enkele voorbeelden zijn het toetsen van de drie theorieën rond vroege jeugdherinneringen van Adler, Bruhn en Tomkins (symposium o.l.v. John Barresi), de analyse van discussies tussen geliefden en de gevolgen hiervan voor het zelf (paper Ilse Schuurmans), het in kaart brengen van de beleving van armoede en rijkdom (Joke de Walle) en het bestuderen van de effecten van levensbedreigende ervaringen (symposiumbijdrage Wieslaw Blaszczak).

Overigens lang niet alle onderzoeken maakten gebruik van de ZKM. Dan McAdams vertelde in zijn keynote lezing mensen uitgebreid geïnterviewd te hebben over hun levensverhaal. Zo was hij in staat om het algemene stramien te achterhalen van het verhaal van het 'generatieve' leven (een term ontleend aan Erikson om bijzondere productiviteit mee aan te duiden). Ook met interviews, maar nu toegespitst op loopbaanverhalen, verkende Marjolein Lips-Wiersma de werking van en relatie tussen de in de waarderingstheorie onderscheiden basismotieven (zelfbevestiging en deelgenootschap). Alessandra Talamo analyseerde de keuze van avatars en het chatten over identiteitskwesties in on-line virtuele interacties. Vincent Hevern onderzocht een aantal homepages van gehandicapten en gays en constateerde dat een aantal aspecten van het dialogische zelf hier goed herkenbaar waren. Janet Maybin tot slot onderzocht de briefwisseling van ter dood veroordeelden in de Verenigde Staten met vrijwilligers in Engeland en leverde hiermee ontroerende illustraties van aspecten van het dialogische zelf. Bijv. hoe de brieven voor de gedetineerden belangrijk zijn om een 'sense of somebodiness' te behouden en hoe de vrijwilligers genoten van een zonsondergang omdat ze keken met de ogen van hun penfriendů.

De conferentie overziend kan geconcludeerd worden dat de waarderingstheorie en het dialogische zelf een inspirerend begrippenkader bieden dat inzicht biedt in (en vaak uitweg uit) de psychische problemen waarmee mensen in dit tijdsgewricht geconfronteerd worden. Tevens is duidelijk geworden dat de ZKM een veelzijdig onderzoeks- en begeleidingsinstrumentarium biedt. Voor Kenneth Gergen ging het allemaal nog niet ver genoeg. Hij stelde dat we nog onvoldoende loskomen van het oude denken en doen. Dat is ook niet verwonderlijk, gezien het feit dat onze hele maatschappij gebaseerd is op het Cartesiaanse idee van het individu met zijn eigen geest. Gergen zou nog radicaler de aandacht willen richten op de verwevenheid van de persoon met de omgeving: de persoon definiëren in relationele termen. Een en ander maakt benieuwd naar de tweede conferentie.

Dat de deelnemers de First International Conference on the Dialogical Self met mij ervaren hebben als een uitstekend georganiseerd, interessant en inspirerend congres, kan worden afgeleid uit het warme applaus voor Hubert Hermans waarmee het werd afgesloten.

 

Tom Luken is loopbaanpsycholoog, zelfstandig gevestigd te Amsterdam.

 

Literatuur

Abma, R. (2000). Karaktermoord: Bespreking van Richard Sennett, The Corrosion of Character; The Personal Consequences of Work in the New Capitalism. De Psycholoog. Jaargang 35, p. 237-238. (Het besproken boek is inmiddels in het Nederlands uitgekomen onder de titel De Flexibele Mens.)

Gergen, K.J. (1991).The Saturated Self: Dilemmas of Identity in Contemporary Life. New York: BasicBooks.

Hermans, H.J.M., Kempen, H.J.G., & Van Loon, R.J.P. (1992). The Dialogical Self: Beyond Individualism and Rationalism. American Psychologist. Vol. 47, nr. 1, p. 23-33.

Hermans, H.J.M., & Hermans-Jansen, E. (1995). Self-Narratives: The Construction of Meaning in Psychotherapy. New York/London: Guilford Press.