Focussen en Loopbaan

Tom Luken

(augustus 1999)

Begripsbepaling

Wat is focussen? Enkele omschrijvingen om voorlopig de gedachten te bepalen. Zij zullen gaandeweg deze tekst duidelijker worden.

Herkomst en ontwikkeling van het begrip

De oorsprong van het begrip, zoals hier gebruikt, ligt bij Eugene Gendlin, een geestverwant van Carl Rogers, die zich in het begin van de jaren zestig de vraag stelde: "Waarom worden sommigen beter door psychotherapie en anderen niet?" Met zijn medewerkers analyseerde hij duizenden therapiesessies. Het bleek niet te liggen aan de therapeutische aanpak, maar waaraan dan wel? Eén van de dingen die zij ontdekten was, "…dat succesvolle cliënten op een gegeven moment in een sessie langzamer gingen praten, zich minder helder uitdrukten en naar woorden gingen zoeken om iets te beschrijven wat ze op dat moment voelden" (Cornell, 1998, p. 96). Het antwoord dat zij tenslotte op de gestelde vraag formuleerden, was: succesvolle cliënten besteden aandacht aan vage innerlijke signalen en niet succesvolle cliënten doen dit niet. Op grond van deze bevinding ontwikkelde Gendlin de focussing methode.

Focussing vond internationaal toepassing in de psychotherapie en in zelfhelpboeken en workshops. In Nederland speelde René Maas een belangrijke rol.

Procedure focussen in psychotherapie en bij zelfhulp

De verschillende handleidingen voor focussen (Gendlin, 1981; Cornell, 1998) beschrijven het proces doorgaans in de volgende zes stappen.

  1. Ruimte maken. Het lichaam wordt in een ontspannen houding gebracht en de persoon gaat met de aandacht 'naar binnen'. Een gangbare uitgangsvraag is: "Hoe ben je eraan toe? Wat belet je om je goed te voelen?" Eventueel wordt een aantal van de dingen die de persoon bezig houden, mentaal 'opzij gezet' om de aandacht te kunnen concentreren op één iets, doorgaans een probleem.
  2. Ervaren gevoel. De persoon maakt contact met het vage lichamelijke gevoel ('felt sense') dat het gekozen onderwerp oproept.
  3. Handvat. Welk woord, beeld, gebaar, geluid, symbool of wat ook, komt er op bij de persoon n.a.v. het ervaren gevoel?
  4. Resoneren. In deze fase verplaatst de persoon de aandacht enkele malen tussen het ervaren gevoel en het 'handvat'. Het vinden van een handvat kan het ervaren gevoel veranderen, zodat vervolgens een nieuw handvat opkomt. Men probeert te 'resoneren' (heen en weer te gaan) totdat men meent dat ervaren gevoel en handvat optimaal bij elkaar passen.
  5. Vragen. Men blijft een tijdje bij het ervaren gevoel en probeert door middel van vragen, die niet verstandelijk, maar vanuit het ervaren gevoel worden beantwoord, het gevoel en het inzicht erin te verdiepen. (Bijv: Wat is er aan het gevoel, dat dit handvat er zo bij past? Wat heeft het ervaren gevoel nodig? Wat zit er onder of achter dit gevoel?) Een wat Gendlin noemt 'verschuiving' kan het gevolg zijn (dit kan overigens ook reeds bij stap 3 of 4 gebeuren). Het ervaren gevoel verandert dan duidelijk, hetgeen gepaard gaat met een fysieke opluchting en met het begin van nieuw inzicht.
  6. Ontvangen. Volgens Gendlin en Cornell moet de persoon zich tot slot geluk wensen met wat hij/zij is tegengekomen en het proces in zijn/haar lijf bedanken. Volgens René Maas gaat het er vooral om dat men het gebeurde op zich laat inwerken en dat men de innerlijke 'plek' waar men geweest is, markeert, zodat men de 'route' desgewenst terug kan vinden.

Zeker bij de 'beginnende focusser' kan de aanwezigheid van iemand die vooral luistert, behulpzaam zijn. Het doorlopen van de zes stappen zal dan ongeveer een half uur á drie kwartier duren. Een 'gevorderde focusser' kan stappen overslaan of in een andere volgorde of sneller nemen.

Focussen in enkele andere vormen

Er bestaan sterk gelijkende benaderingen, geheel los van Gendlins school. Bijv. Petitmengin-Peugeot (1999) onderzocht in het kader van haar dissertatie de 'intuïtieve ervaring'. De beschrijvingen van Petitmengin-Peugeot (1999) die onder meer een 24-tal mensen diepgaand interviewde, bieden een alternatief aanknopingspunt voor de stappen die in het kader van de loopbaanadvisering het meest essentieel lijken:

  1. De mentale activiteit vertragen en ontspannen. Wat hierbij kan helpen is een lichamelijk ontspannen houding aannemen, diep ademhalen en/of een visualisatie gebruiken.
  2. Een verbinding maken met het object waarop men wil focussen (een situatie, persoon of probleem) door dit zo helder mogelijk voor de geest te halen. Wanneer het bijv. gaat om een gebeurtenis, dan kan het helpen vragen te stellen die de persoon 'terugplaatsen' in de betreffende situatie (bijv. beschrijf wat je om je heen ziet).
  3. 'Luisteren', d.w.z. een afwachtende, aandachtige houding aannemen. Het gaat om een open, 'panoramische' aandacht, ook voor subtiele veranderingen. Luisteren moet hierbij natuurlijk niet letterlijk genomen worden, zoals zal blijken bij de beschrijving van de volgende stap.
  4. Wat er opkomt heeft een intrinsiek onvoorspelbaar karakter. Soms gaat het inderdaad om fluisteringen, stemmen of geluiden, maar dikwijls zal gaan om beelden, impressies, kinesthetische ervaringen (interne gebaren, bewegingen of druk-/temperatuursensaties) of zelfs smaken of geuren. Ook combinaties van zintuiglijke indrukken zijn mogelijk.

'Geleide fantasie' (zie bijv. Skovholt e.a., 1989) en meditatie (bijv. De Wit, 1993) lijken eveneens in een aantal opzichten op focussen.

In de ZKM (Zelfconfrontatiemethode), de loopbaanadvisering en ongetwijfeld in talloze andere situaties kan dikwijls een terloopse vorm van focussing plaatsvinden, 'tussen neus en lippen door'. Zo confronteert de laatste fase van de ZKM de persoon met waardengebieden die qua gevoelspatroon (en vaak niet qua inhoud) op elkaar lijken, met vragen als: Wat is dat gemeenschappelijke gevoel van deze waardengebieden? Wat komt er bij je op, als je deze kaartjes zo bij elkaar ziet liggen? In eerste instantie is dat vaak niets, maar in tweede instantie kan plaatsvinden wat Van Loon (1996) een 'semantische schok' noemt: met een verrassend woord ontstaat een soort kortsluiting tussen de twee gebieden.

Focussen in de loopbaanadvisering

In de oorspronkelijke vorm start de focussingsessie op een zeer open, op problemen gerichte manier. Wellicht iets gechargeerd: wat houdt je zoal bezig, en wat is daarvan het ergste?

In de loopbaanadvisering zal doorgaans gefocust worden op een meer concreet object, niet noodzakelijkerwijs iets problematisch'. In de cyclus van het creatief-sociale leren is dat een al dan niet recente, maar in ieder geval concrete ervaring die spanning opriep. Men kan bijv. ook focussen op concrete voorstellingen van loopbaanalternatieven. Focussen wordt in de loopbaanadvisering dus ingekaderd als onderdeel van een creatief-sociaal leerproces of van een besluitvormingsprocedure.

Het doel van focussen bij Gendlin en Cornell lijkt vooral het tot stand brengen van een therapeutische 'verschuiving', terwijl het doel bij de loopbaanadvisering is: het (leren) inschakelen en verwoorden van het gevoel als basis of element van creatief-sociale leer- of besluitvormingsprocessen.

Plaats in het creatief-sociale leerproces en het berippenkader 'Een Zaak van Betekenis'

De eerste stap in het creatief-sociale leerproces, zoals uitgebeeld in de bekende lemniscaat, betreft focussen (Meijers en Wijers, 1997, p. 21)

Essentieel bij focussen is het creatieve aspect. De persoon beleeft eigen ervaringen en vertaalt deze naar eigen symbolen (woorden, begrippen, beelden etc.). De focusser kan net als de kunstenaar verrast worden door wat er naar boven komt en door wat er ontstaat wanneer men daarop voortborduurt. In de verdere fasen van het creatief-sociale leerproces worden de eigen ervaringen en symboliseringen gethematiseerd en vervolgens gekoppeld aan behoeften op de arbeidsmarkt.

Adolescenten en (jong)volwassenen zijn in wezen vooral conformisten. Deze conclusie kan getrokken worden wanneer men een aantal ontwikkelingstheorieën en het empirische onderzoek daaromtrent overziet (Luken, 1999). De vele en sterke verbindingen met andere mensen maken het moeilijk om contact met het eigen gevoel te leggen. Dat eigen gevoel wordt vaak overstemd door de vele, cerebraal gevoerde interne dialogen, die een afspiegeling vormen van externe dialogen (Hermans, 1993). Om actorkwalificaties of authenticiteit te ontwikkelen is het echter wel nodig om "de eigen, innerlijke bron" te exploiteren. E.e.a. sluit aan bij veel, ook al oudere ideeën. Bijv. de Saturated Self (Gergen, 1991) en de adolescentenmaatschappij (Bly, 1996).

Mogelijke problemen bij focussen in het kader van de loopbaanadvisering

In de eerste plaats is het voor veel mensen moeilijk zich voldoende te ontspannen en de aandacht te verplaatsen uit het hoofd naar het lichaam (of van de gedachten naar het gevoel). Mensen met bijv. meditatie-ervaring hebben hierbij dikwijls een voorsprong. Niettemin lijkt niet te zeggen hoe moeilijk of makkelijk het voor iemand zal zijn om te leren focussen. Gendlin (1996, p. 1) heeft althans geen variabelen gevonden die dit kunnen voorspellen.

In de tweede plaats blijkt het bepaald niet zonder meer duidelijk wat met 'unclear bodily feelings' wordt bedoeld. Zij verschillen duidelijk van gedachten, emoties en duidelijke lichamelijke gevoelens, maar de persoon moet ze eerst leren ervaren.

Veel mensen (zowel adviseurs als cliënten) kunnen weerstanden ervaren tegen focussen. Deze benadering impliceert dat de gewone, vertrouwde gesprekssituatie en -relatie wordt losgelaten. Mogelijk komen associaties met de therapeutische oorsprong op. Of anders wel met mentaal exhibitionisme/voyeurisme of met de biecht. Om begrijpelijke redenen kan de vraag naar wat er in het lichaam gebeurt, indiscreet worden gevonden. Wat dat betreft lijkt het Victoriaanse tijdperk (waarin volgens Baumeister (1987, p.166) veel mensen bang waren, dat het innerlijk zelf op een onbewaakt ogenblik de persoon zou verraden en ontmaskeren) nog niet geheel voorbij.

De persoon moet voorts 'loslaten' en zich openstellen voor 'leegte' en het onbekende/onbegrepene. Men kan wel voorwaarden scheppen (o.m. een passieve, 'luisterende' houding aannemen), maar de 'felt sense', 'intuïtieve ervaring' en/of het 'handvat' komt 'spontaan' (of niet). E.e.a. brengt controleverlies met zich mee. Men kan angst ervaren voor de confrontatie met onverwerkte ervaringen en/of onbeheerste emoties. Het eigen gevoel en de op grond daarvan ontwikkelde authenticiteit kan de persoon bovendien in conflict brengen met belangrijke anderen.

Een extra probleem, samenhangend met de voorgaande, is dat onze taal weinig concepten biedt om innerlijke gebeurtenissen mee aan te duiden. Het grote aantal woorden op deze bladzijden tussen aanhalingstekens kan wellicht ter illustratie dienen.

Tot slot blijkt uit het onderzoek van o.a. Petitmengin-Peugeot (1999, p. 71-72) dat:

 

Literatuur

Baumeister, R.F. How the Self Became a Problem: A Psychological Review of Historical Research. Journal of Personality and Social Psychology, Vol. 52 (1987), No. 1. p. 163-176.

Bly, R. De Adoelscentenmaatschappij. Van Holkema & Warendorf, Houten, 1996,

Cornell, A.W. De kracht van focussen: Luisteren naar je lijf kan je leven veranderen; een praktische gids. De Toorts, Haarlem, 1998.

Gendlin, E. Focussen: Gevoel en je lijf. De Toorts, Haarlem, 1981.

Gendlin, E.T. Focusing-oriented Psychotherapy: A Manual of the Experiential Method. Guilford Press, New York/London, 1996.

Gergen, K.J. The Saturated Self: Dilemmas of Identity in Contemporary Life. BasicBooks, 1991.

H. Hermans. Het zelf als verhaal. De Psycholoog, 28-3 (maart '93) p. 1-8.

Loon, E.J.P. Symbolen in het zelfverhaal: Een interpretatiemodel met behulp van de zelfkonfrontatiemethode. Van Gorkum, Assen, 1996.

Luken, T. Gaat leren leren de leerling boven de pet? Zelfsturing in het onderwijs: Mogelijkheden en bedreigingen in het licht van de ontwikkelingsfase van de adolescent. Concept artikel voor Comenius, 10 januari 1999.

Meijers, F., en Wijers, G.A., Een zaak van betekenis: Loopbaandienstverlening in een nieuw perspectief. LDC, Leeuwarden, 1997.

Petitmengin-Peugeot, C. The Intuitive Experience. Journal of Consciousness Studies, vol. 6 (1999), nr. 2-3, p. 43-77.

Skovholt, T.M., Morgan, J.I. and Negron-Cunningham, H. Mental Imagery in Career Counselinng and Life Planning: A review of Research and Intervention Methods. Journal of Counseling and Development, vol. 67 (1989), p. 287-292.

Wit, H.F. de. De verborgen groei: Over de psychologische achtergronden van spiritualiteit. Kok Agora, Kampen, 1993.