[Deze tekst is gepubliceerd in het tijdschrift Loopbaan, jrg. 1, nr. 8 (juni 1996), p. 3-8]

TUSSEN FEIT EN FICTIE

de narratieve benadering van loopbaanvraagstukken

 

 

 

Inleiding

"Creatief omgaan met loopbaanvraagstukken", dat was de titel van een congres op 22 maart 1996 aan de Akademie Mens-Arbeid te Tilburg. Het werd georganiseerd ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de psycholoog, psychotherapeut, docent en dichter Hans Jongmans, die tevens de inhoudelijke hoofdlijnen voor het congres ontwierp. Als basis hiervoor koos hij zijn "klaverbladmodel" voor de training van loopbaanadviseurs, een model dat verbindingen legt tussen wetenschap, kunst en spiritualiteit en dat drie rollen voor de loopbaandienstverlener schetst: de metacognitieve regulator, de narratieve inspirator en de spirituele gids (Jongmans, 1994, 1995).

Dit artikel is de schriftelijke neerslag van een inleiding voor bovengenoemd congres en betreft de narratieve benadering. "Narratief" komt van het Latijnse "narrare" en dit betekent vertellen, verhalen. De narratieve benadering gaat uit van de mens als verhalenverteller.

Doelen van dit artikel zijn:

1. laten zien hoe belangrijk verhalen zijn in onze wereld en in ons leven;

2. duidelijk maken wat de narratieve benadering inhoudt door haar te vergelijken met de formeel-wetenschappelijke benadering;

3. aangeven wat deze benadering zou kunnen betekenen voor de loopbaanadvisering.

 

Het belang van verhalen

Sinds mensenheugenis worden er al verhalen verteld om de mysteries rond ons bestaan op te helderen. Bijvoorbeeld het verhaal van een slang die de eerste vrouw verleidt om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten...: een verhaal dat niet alleen een antwoord geeft op de vraag waarom slangen op hun buik door het stof moeten kruipen, maar ook hoe het komt dat leven lijden is.

En wat doet de vulkaan de Etna op Sicilië? Oppergod Zeus heeft daar kort na het begin der tijden een van zijn laatste tegenstanders, een Gigant, met een bliksemschicht geraakt en de enorme berg bovenop hem gezet om hem blijvend onschadelijk te maken. "Bij tijden braakt hij nog in woede vlammen uit en, als hij zich onder de berg tracht om te wentelen, beeft de aarde ver in het rond." (Ramondt, 1973, p. 34).

Dergelijke verhalen uit het oude testament, de Griekse mythologie en talloze andere bronnen uit alle culturen en tijden maken onze wereld, de natuurverschijnselen en ons leven enigszins begrijpelijk.

Verhalen spelen ook in het dagelijks leven een belangrijke rol.

Enkele voorbeelden:

Te laat komen op de middelbare school. De leerling die een origineel en kloppend verhaal kan vertellen, ontloopt zijn straf.

Een ernstiger voorbeeld: de asielzoeker voor wie het een kwestie van leven en dood kan zijn, of zijn verhaal geloofd wordt...

Voor de rechter. In Amerikaanse films is wel eens mooi te zien hoe de officier van justitie en de advocaat vanuit dezelfde feiten een heel verschillend verhaal kunnen opbouwen. Het lot van de aangeklaagde hangt dan af van de vraag welk verhaal de jury gelooft. Dit gebeurt niet alleen in films, maar ook in de werkelijkheid. De schuld van O.J. Simpson leek onomstotelijk vast te staan, omdat alle feiten slechts in één richting leken te wijzen. Totdat zijn advocaten een andere interpretatie van de feiten geloofwaardig konden maken: een racistische politieman zou Simpson er in geluisd hebben. Hij werd vrijgesproken.

Een merkwaardig voorbeeld is de spanning in maart van dit jaar tussen China en Taiwan. Alle objectieve militaire deskundigen waren het erover eens dat China weinig kans zou maken, als het zou proberen om Taiwan te bezetten. In de krant stond echter te lezen dat het er niet alleen om gaat hoe sterk de partijen zijn, maar ook - of misschien juist vooral - hoe sterk ze denken te zijn. "Een verkeerd zelfbeeld kan leiden tot irrationele beslissingen met rampzalige gevolgen." (Volkskrant 13-3-96). Vooral bij de Chinese luchtmacht zou sprake zijn van een dergelijk verkeerd zelfbeeld. En hoe komt een verkeerd zelfbeeld tot stand? Dat is een kwestie van verhalen die men aan zichzelf en aan elkaar vertelt, bijv. over hoe succesvol de moderniseringen sinds 1990 zijn geweest.

Spectaculair zijn de voorbeelden op de financiële beurzen. Een verhaaltje van een bankpresident als Tietmeyer in Duitsland of Greenspan in Amerika heeft geregeld onmiddellijk miljardenverschuivingen op de financiële markten tot gevolg.

Een heel andere categorie voorbeelden kan gevonden worden onder de noemer "op verhaal komen". Oorspronkelijk betekende dit: herstellen na een uitputting. Het wordt echter ook gezegd als een emotionele gebeurtenis (schrik, verbijstering) wordt verwerkt door erover te vertellen.

Tot slot een bekend voorbeeld in het kader van loopbanen: de sollicitatie. Ik heb een keer een cliënt gehad, die zo goed verhalen kon vertellen, dat hij bij vrijwel elke sollicitatie aangenomen werd. Om vervolgens te moeten constateren dat hij de baan niet aankon. Een heel apart loopbaanvraagstuk. Ik zal straks nog op deze cliënt terugkomen.

Enkele tussentijdse conclusies:

1. Mensen hebben er behoefte aan om verhalen te maken om het leven op deze wereld begrijpelijk te maken.

2. Zij hebben er tevens behoefte aan om deze verhalen te vertellen. Het lijkt er op dat wij het nodig hebben gehoord te worden. Misschien omdat dit een manier is om onze verhalen te toetsen. Als ze door anderen geloofd worden, kunnen we er zelf in geloven.

3. Mensen hebben er behoefte aan om verhalen te horen of er anderszins kennis van te nemen: via films, video's, songs, boeken e.d. Op deze wijze leren we hoe de wereld en andere mensen in elkaar zitten, wat goed en slecht is, wat er van ons verwacht wordt en hoe we zouden kunnen zijn. Via verhalen kunnen we in plaatsvervangende zin de levens van andere mensen leven en het lijkt er op, dat dit iets is wat we graag willen. Misschien omdat wij zo leren hoe wij zelf in elkaar zitten.

4. Verhalen bepalen veel van wat er gebeurt: aangenomen of afgewezen worden, binnengelaten of buitengesloten, vrij of achter de tralies, rijk of arm, oorlog of vrede, leven of dood....

5. Dit alles geldt op diverse niveaus (individu, groep, natie, wereld) en in alle ons bekende tijden en culturen.

 

Ratio versus narratio

Wat houdt de narratieve benadering in? Om dit beter duidelijk te kunnen maken, zal ik haar vergelijken met de rationele, formeel-abstracte, wetenschappelijke benadering. Deze vergelijking vindt eerst in algemene zin plaats, vervolgens toegespitst op de psychologie en tenslotte op het loopbaanvraagstuk.

Beide benaderingen sluiten elkaar overigens niet uit en hebben in wezen hetzelfde doel, nl. een remedie bieden tegen onze allergie voor het onbegrepene (Breeuwsma, 1993).

Zoals gezegd fungeert de narratieve benadering reeds sinds mensenheugenis als zodanig. Op een gegeven moment - dit moment kan gelokaliseerd worden in de tijd van de Verlichting - is een tweede manier van begrijpen meer in zwang gekomen, het causaal/formele denken, gemakshalve hier aangeduid met: de "Ratio".

 

Ratio en narratio: algemeen

Het einde van de Middeleeuwen wordt wel aangeduid als het begin van de "moderne" tijd. Descartes (1596-1650) wordt door velen beschouwd als de grondlegger van het rationalisme. Hij geloofde in een ontwijfelbare wetenschap, die opgebouwd zou worden door puur denkwerk.

Een halve eeuw later reeds creëerde Newton (1642-1727) de moderne natuurwetenschap, "die voor de komende tweehonderd jaar het model voor kennis en wetenschap levert" (Bor e.a., 1996). Aan het pure denkwerk werd het experiment toegevoegd, waarmee hypothesen konden worden getoetst en de wetenschap voort kon.

Intussen leefden we in Nederland in de Gouden Eeuw. Economie, kunst, wetenschap en techniek bloeiden. In de eeuwen daarna werd een industrie opgebouwd. Wetenschap en techniek ontwikkelden zich in een hoog en bovendien zich versnellend tempo.

Geen wonder dat het "vooruitgangsdenken" vrij algemeen was. Alles gaat steeds beter. Geleidelijk aan wordt armoede uitgebannen, we begrijpen steeds meer van de wereld, we worden steeds verstandiger en gelukkiger. Zo dacht Heymans, grondlegger van de psychologie in Nederland, rond 1900 nog dat in deze eeuw, dankzij de vooruitgang van de psychologie en met name de test, allerlei narigheid zoals verkeerde partner- en verkeerde beroepskeuzen uitgebannen zou kunnen worden.... (Heymans, 1909).

Ook Marx geloofde o.g.v. een "wetenschappelijk socialisme" in de vooruitgang. Via een revolutie zou onvermijdelijk een eind komen aan het kapitalisme en de ellende die de opbouw van de industrie met zich meebracht.

Intussen waren er echter ook tegenkrachten ontstaan. Ongehinderd door een te veel aan scholing bond Rousseau reeds in de achttiende eeuw de strijd aan met de Verlichtingsfilosofen. Hij stelde onder meer dat de Verlichting geen vooruitgang, maar achteruitgang (t.o.v. de natuurlijke staat) heeft gebracht.

Ruim een eeuw later bracht Freud het onbewuste in kaart en liet hij zien dat het bewuste ego misschien goed is in rationaliseren, maar niet in het rationeel leiden van ons gedrag.

Nietzsche stelde onder veel meer: er zijn geen feiten doch slechts interpretaties. Hij relativeerde hiermee het absolute karakter van de werkelijkheid die de rationele wetenschappers op het spoor meenden te zijn. Einstein tot slot ondergroef Newtons natuurkunde door het relatieve karakter van de natuurwetten aan te tonen.

De twee wereldoorlogen (en vooral de tweede) lieten zien tot welke waanzin de schijnbaar rationele mens in staat was. "De rede is na Auschwitz kapot gegaan." Het grote vooruitgangsverhaal van het marxisme-leninisme had in de Sovjet-Unie en China ongeveer even rampzalige gevolgen. En wie weet welke ellende een eventuele derde wereldoorlog of een andere ultieme ramp ons nog zullen brengen.

Het "postmodernisme" was ontstaan. De bekendste namen die hiermee verbonden zijn: Adorno, Derrida, Lyotard en Rorty (zie voor een goed en leesbaar overzicht Bor, 1996). Centraal bij de postmodernen staat de twijfel over de vooruitgang en het afwijzen van allesomvattende denksystemen. Die brengen onherroepelijk onheil. Er bestaat geen absolute werkelijkheid, maar wij construeren een werkelijkheid. Iedereen heeft daarbij recht op zijn eigen verhaal.

Ratio en Narratio in de psychologie

De psychologie heeft lange tijd geprobeerd net zo een soort wetenschap te worden als de natuurkunde. Men hoopte wetten te kunnen vinden, waarmee het gedrag van "de mens" verklaard en voorspeld zou kunnen worden. Het meten (veelal met behulp van zo betrouwbaar mogelijke tests) en het (veelal cijfermatige) verwerken van de meetresultaten stond centraal. Experimenten werden dikwijls uitgevoerd in psychologische laboratoria, waar de "storende invloeden" van de werkelijke wereld zo goed mogelijk buiten gesloten werden. Men concentreerde zich op waarneembaar gedrag. Wat er tussen stimulus en respons gebeurt in de black box van de menselijke geest, werd door veel psychologen als irrelevant bestempeld.

Al geruime tijd wordt deze benadering bekritiseerd. Krutch bijv. (geciteerd door Allport, 1963, p. 2) stelde in 1954: "...de methoden die gebruikt worden voor het bestuderen van de mens, zijn voor het grootste deel ontworpen voor het bestuderen van machines en ratten en kunnen daarom slechts die kenmerken ontdekken en meten die de drie gemeenschappelijk hebben."

Bruner (zie Zwart, 1991) en Kuiper (1989) bestreden de eenzijdigheid van de natuurwetenschappelijke psychologie en pleitten voor een narratieve psychologie als aanvulling. "In de narratieve psychologie verschijnt het individu ten tonele als zingever, actief betrokken bij de constructie van de sociale werkelijkheid." "Het individu is een personage in een script dat voortdurend wordt herschreven. Hij is als het ware een romanfiguur en aan zijn biografie ontleent hij zijn identiteit. Hij is niet alleen de hoofdpersoon, maar ook de auteur van zijn levensverhaal, dat derhalve bloot staat aan permanente revisie." (Zwart, 1991, p. 147)

Ratio en Narratio bij loopbaanvraagstukken

De rationele benadering heeft iets paradoxaals. Van de ene kant gaat zij er vanuit dat men in principe gedetermineerd is (oorzaken leiden wetmatig tot gevolgen, men ontwikkelt zich volgens vaste patronen), van de andere kant suggereert zij dat zowel samenleving als individu via de ratio bestuurd kunnen worden. Beide standpunten staan zwak. De wetenschap heeft weinig succes behaald bij het voorspellen van beroepskeuze en carrière. Meijers (1995) heeft aangetoond dat slechts weinig mensen bij hun loopbaanplanning een doel-middelrationaliteit hanteren.

De werkelijkheid van de loopbanen van echte mensen laat zien dat onder meer emoties, al dan niet bewuste drijfveren, irrationaliteit en toeval een belangrijke rol spelen. Wat betreft dit laatste: (Ex-)politici als Van Agt, Lubbers en recentelijk op de televisie nog Dijkstal, hebben verklaard dat zij hun loopbaan zien als een aaneenschakeling van toevalligheden. Het is toch opvallend dat mensen die zo gewend zijn aan en bekwaam zijn in het plannen op grote schaal en lange termijn, zo machteloos schijnen wanneer het gaat om het plannen van hun eigen leven. Ook professor Wiegersma, nestor van de beroepskeuzepsychologie in Nederland, vertelde indertijd bij zijn afscheidsrede dat hij zijn loopbaan ervaren had als een rivier, waar hij moest overspringen van de ene naar de andere toevallig passerende ijsschots.

De narratieve benadering laat ruimte voor het toeval, maar ook voor het feit dat er iets "gemaakt" wordt (fictie). De persoon wordt niet uitsluitend bepaald door de eigen aard en door externe stimuli maar geeft zelf mede vorm aan haar leven. Zij reconstrueert steeds met nieuwe interpretaties het verleden en construeert (o.a. met behulp van de verbeelding) een toekomst. Misschien gebeurt dat grotendeels niet planmatig, noch bewust, maar bij nadere beschouwing blijkt het toeval vaak toch niet helemaal toevallig. Soms lijkt het dat het "toeval" de lijnen volgt van niet (geheel) bewuste drijfveren...

Een gangbaar mensbeeld in de rationele benadering is "de mens als een verzameling eigenschappen". Deze eigenschappen zijn meetbaar met behulp van tests. De mate waarin deze eigenschappen aanwezig zijn, wordt weergegeven door te vergelijken met de gemiddelde mens of een normgroep. Dit leidt tot een profiel. Met behulp van dergelijke profielen kan men mensen selecteren voor functies. Zeker als het gaat om grotere aantallen is deze benadering succesvol en rendabel.

Ook in de rationele benadering van loopbaanvraagstukken heeft men lang geprobeerd dergelijke profielen te koppelen of te "matchen" aan de profielen van beroepen of functies. De problemen hierbij zijn al vaak aan de orde gesteld. De meetbaarheid van psychische hoedanigheden is indertijd (bijv. door Heymans) behoorlijk overschat. IQ's en percentielen lijken exact, maar dit is een schijnexactheid. Bovendien: vroeger kon men mensen in organisaties wellicht goed zien als onderdelen in een machine, maar organisaties worden steeds "organischer". De matching-benadering is te statisch en nu beroepen en functies steeds sneller veranderen, vormt dit een steeds groter probleem. Ook mensen zijn veranderlijk. Het gedrag van een persoon hangt sterk af van de situatie. Mensen hebben verschillende kanten, zodat ze zelfs in de zelfde situatie de ene keer heel anders kunnen zijn dan de andere keer. Bovendien kunnen mensen zich ontwikkelen. Dit alles komt in een profiel niet tot uitdrukking.

Laten we tegenover het profiel een klein verhaal over een cliënt stellen. Het gaat over de man die zo goed verhalen kon vertellen dat hij bij elke sollicitatie werd aangenomen, achteraf dikwijls tot zijn eigen schrik. Hij had een HBO opleiding op het gebied van de communicatie gevolgd. Naar eigen zeggen was dit puur toeval geweest, omdat hij laat was geweest met beslissen en toevallig iemand op een feestje had ontmoet. Naderhand bleek zijn interesse in communicatie toch niet zo toevallig geweest te zijn. Veel van zijn ervaringen bleken iets met communicatie te maken gehad te hebben. Mogelijk lag de bron van zijn interesse en van zijn bijzondere talent in de periode dat hij een jaar of tien was, toen zijn ouders waren gescheiden. Als jongetje kon hij de onenigheid tussen zijn ouders moeilijk aanzien. Hij piekerde er vaak over: "Wat kan ik er aan doen dat het beter tussen ze gaat?" Vandaar wellicht zijn interesse en talent. Vandaar ook zijn ambivalentie, want hij had indertijd machteloos gestaan.

Verhalen over mensen lijken "levensechter" dan profielen. Men heeft er sneller een beeld van een levende persoon bij. In verhalen worden waarnemen, voelen, denken, willen en doen met elkaar verbonden. Zij plaatsen de persoon in een context. Verhalen zijn dynamischer dan profielen, omdat de ontwikkeling zichtbaar wordt. Zij voegen een dimensie toe.

Men kan dus stellen dat de narratieve benadering iets wezenlijks toevoegt aan de rationele. Misschien is het daarom dat men vaak de indruk heeft meer te begrijpen van mensen of psychologie na lezing van een goede roman dan na bestudering van een psychologisch handboek (Zwart, 1991). Misschien is het ook daarom dat de bekende hoogleraar in de psychologie Diekstra in de Volkskrant van 20 maart jl. zegt: "Ik wil schrijven als Tolstoj en Proust. Pas dan zal ik me een echte psycholoog voelen."

 

Wat kan de narratieve benadering betekenen voor de loopbaanadvisering?

In de actuele publikaties en discussies rond loopbaanvraagstukken heeft men het vaak over het sturen van jezelf, zelf-management en actor-kwalificaties. (Zie bijv. Janssen e.a., 1993; Luken, 1995; Mensink, 1994). Deze opgave stelt sommigen voor het raadsel wat nu precies de besturende instantie is, wat er bestuurd wordt en hoe dat gaat. Het probleem wordt nog ingewikkelder als men zich realiseert dat mensen "vaten vol tegenstrijdigheden" zijn. Hoe stuurt een zelf zichzelf in die omstandigheden?

"Rationele" mensbeelden konden moeilijk met deze vraag overweg. Zij zagen innerlijke tegenstrijdigheden niet of zij zagen ze automatisch als verstoring van het welbevinden of als nog op te lossen onvolmaaktheden in de theorie die de persoon over zichzelf opbouwt. In de narratieve benadering kunnen inconsistenties het levensverhaal juist plausibel maken. "Voor een goed psychosociaal functioneren hoeven ze niet louter te worden verworpen, maar kunnen ze ook juist worden gekoesterd..." (Van Halen, 1995, p. 139) De narratieve benadering maakt het zelfreflectie- en zelfsturingsproces meer inzichtelijk.

Hoe werkt de narratieve benadering in de praktijk?

In wezen gaat het erom de cliënt zijn verhaal te laten vertellen en te helpen het te reconstrueren. Je verleden accepteren is jezelf accepteren. Nieuwe verbanden ontdekken is zin geven. Het verleden herinterpreteren is nieuwe perspectieven voor de toekomst ontdekken. Ervaringen verwerken tot betekenisvolle samenhangen is een (arbeids)identiteit opbouwen (Meijers, 1995). Dit zelf (mee)doen betekent geactiveerd worden en de basis voor zelfmanagement versterken.

Bij dit alles moet de adviseur niet alleen een aanmoedigende, structurerende en interpreterende, maar ook een toetsende rol vervullen. De rationele benadering met haar instrumenten kan hierbij een nuttige rol vervullen. Ongeloofwaardige verhalen werken niet. Verhalen die niet kloppen met de feiten of die niet bijgesteld worden aan de hand van de ervaringen, kunnen levensgevaarlijk zijn.

Al doende helpt de adviseur mensen te leren hoe zij in hun leven hun ervaringen kunnen begrijpen en verwerken tot "goede" verhalen, d.w.z. verhalen die "mooi", geloofwaardig, kloppend zijn. Verhalen waar lijn in zit en waarin feiten en fictie in balans zijn. In die zin past de narratieve benadering uitstekend bij de benadering van het leren leren of misschien nog beter: het leren leven.

Een beetje vaag? "Moderne" mensen, die eenzijdig rationeel zijn, zullen er ongetwijfeld moeite mee hebben. In de narratieve benadering zit een artistiek, een scheppend element. Men moet verhalen kunnen c.q. durven interpreteren en men moet tegen paradoxen kunnen.

Gelukkig zijn hier reeds enkele gestructureerde, beproefde methoden voor, zodat men geen kunstenaar hoeft te zijn om met de narratieve benadering uit de voeten te kunnen: onder meer de Zelf Konfrontatie Methode en biografische methoden (zie bijv. Hermans en Hermans-Jansen, 1995, resp. Steege e.a., 1994). Zo kan fictie feit worden.

 

 

Tom Luken,

met hartelijke dank aan allen die commentaar leverden op de lezing en/of op het concept van dit artikel.

(Tom Luken is werkzaam aan de Akademie Mens-Arbeid te Tilburg)

 

 

 

Literatuur

 

 

Allport, G.W. (1963) Becoming: Basic Considerations for a Psycholgy of Personality. Yale University Press, New Haven and London, 11 druk.

Bor, J., Petersma, E. en Kingma, J. (red): De verbeelding van het denken: Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie. Contact, Amsterdam/Antwerpen, 1996.

Breeuwsma, G. (1993) Individuele ontwikkeling als narratieve structuur: 'De feiten volgens mij'. Psychologie & Maatschappij. Nr. 64, p. 248-261.

Halen, C. van. (1995) De mens wikt, het zelf beschikt: het onpersoonlijk karakter van een consistent zelfbeeld. Psychologie en Maatschappij, nr. 71, p. 127-141.

Hermans, J.M. en Hermans-Jansen, E. (1995) Self-Narratives: The construction of Meaning in psychotherapy. Guilford Press, New York/London.

Heymans, G. (1909) De toekomstige eeuw der psychologie. Wolters, Groningen.

Janssen, G., F. Meijers, R. Spijkerman en G. Wijers. (1993) Het AOB in de Informatiemaatschappij. Landelijk Dienstverlenend Centrum, Leeuwarden.

Jongmans, J.G. (1994) Train de Trainer: Een onderzoek naar de behoeften van trainers aan trainingen in vijf AMA-werkvelden. Onderzoeksrapport, AMA, Tilburg.

Jongmans, J.G. (1995) Het Klaverblad (hulpverlenings)model: Een multimethodische benadering van loopbaanproblemen. AMA Connection, jaarg. 3, nr. 1.

Kuiper, P.C. (1989) De mens en zijn verhaal. Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam.

Luken, T. (1995) Beroepskeuzerijpheid en actorkwalificaties: Ontwikkeling in de loopbaan. Loopbaan, Jg. 1, nr. 1.

Meijers, F. (1995) Arbeidsidentiteit: studie- en beroepskeuze in de post-industriële samenleving. Samsom HD Tjeenk Willink, Alphen a/d Rijn.

Mensink, J.C.M. (1994) Zelfmanagement in lerende organisaties. Kluwer, Deventer.

Ramondt, S. (1973) Mythen en sagen van de Griekse wereld. Unieboek, Bussum.

Steege, G. ter, K. Penninx en N. Rögels. (1994) Uitkijken naar het dessert: Levensloopmethoden in educatief werk met ouderen. NIZW, Utrecht.

Zwart, H. (1991) Narratieve psychologie en narratieve ethiek. Psychologie en Maatschappij, nr. 55.