Employability en beroepskeuze:

tussen woord en werkelijkheid)*

Tom Luken)**

 

Op 24 september jl. vond de slotmanifestatie plaats van de Raad voor Studie- en Beroepskeuze. Het eindadvies "Een loopbaan voor iedereen" sluit een zowel kwalitatief als kwantitatief indrukwekkende reeks publicaties af.

Na afloop van de manifestatie deelde de Raad "praatstokken" uit. Dit zijn met veren, leer en kralen versierde stokken, die de Indianen gebruikten om gesprekken te reguleren. Wie de stok heeft, heeft het woord.

Met dit aansprekende symbool wil de Raad uitdrukken dat de discussie ook na het verdwijnen van de Raad voortgezet moet worden. Een aanmoediging dus om enkele van de op 24 september opgeroepen gedachten via deze brief door te geven.

De eerste spreker tijdens de manifestatie was de heer Bolweg, directeur Sociaal Management van Berenschot. In zijn onderhoudende en heldere inleiding (en in het vervolg van de door Raadsvoorzitter Edit Hallensleben voortreffelijk geleide middag) stond het begrip 'employability' centraal. "Een persoon is 'employable' wanneer hij of zij kwalitatief én kwantitatief inzetbaar is, functioneel én geografisch mobiel is en - tenslotte - opleidings- én veranderingsbereid is."

Opvallend in deze omschrijving en benadering vind ik dat employability vooral passief is en vooral de flexibiliteit betreft: de werknemer moet bereid zijn tot verhuizen, bijscholen en het opnemen van andere taken, als de werkgever dat vraagt. Een tweede opvallend punt van de inleiding van de heer Bolweg vond ik dat hij de wereld kenschetst als zo chaotisch, dat het geen zin heeft om lange termijn plannen te maken.

Gek genoeg op een bijeenkomst van beroepskeuze- en loopbaanadviseurs heeft niemand deze visie weersproken. Weliswaar zijn er enkele kanttekeningen gemaakt, onder meer door Frans Meijers, die terecht de aandacht vestigde op het feit dat employability wel een menselijke maat behoeft: de mens is niet van elastiek, zoals ook Loopbaan in oktober signaleert. Bovendien moet het niet allemaal van de kant van de werknemer komen, maar ook van de werkgever, bijv. wanneer het gaat om het aanbieden van faciliteiten tot bij-/her-/omscholing.

Waar ik vanuit de zaal vergeefs op wachtte, was een spreker die zou zeggen dat mensen, willen zij inzetbaar blijven, juist wel een langere termijn strategie moeten hanteren. Wie altijd maar doet wat er op dat moment gevraagd wordt, riskeert op zijn veertigste overspannen, uitgeblust, opgebrand en/of uitgerangeerd te zijn. Zonder intrinsieke motivatie redt men het niet tot zijn pensioen.

Probleem één hierbij is, dat het ontwikkelen en hanteren van een loopbaanstrategie (c.q. het maken en realiseren van een beroepskeuze) nu juist zo moeilijk is in de huidige, inderdaad chaotische omstandigheden in de wereld van opleidingen en werk. Voor veel mensen op alle niveaus is het ontzettend moeilijk om er achter te komen wat zij nu werkelijk willen en kunnen.

Probleem twee is dat het steeds moeilijker wordt om bij deze opgave adequate hulp te krijgen (tenzij men rijk is of bij een succesvol bedrijf werkt). De opheffing van de Raad is slechts één van de vele stappen die de afbraak van de (school)loopbaan- en beroepskeuzebegeleiding markeren.

Frappant op een bijeenkomst als die van 24 september vind ik de gigantische kloof tussen mooie woorden aan de ene kant en de bittere werkelijkheid aan de andere kant. Zo zagen wij minister Ritzen op een groot videoscherm verklaren dat het Nederlandse onderwijs fantastisch is en dat er gemotiveerde en energieke mensen werken. "Bij ons in de stad is het ziekteverzuim in het onderwijs 12%", fluisterde mijn buurman mij in het oor, maar de gesprekspartners van de minister knikten braaf en vroegen beleefd of zij nog een vraag mochten stellen.

Zo vertelden alle sprekers tijdens de manifestatie mooie verhalen over hoe belangrijk goede keuzebegeleiding is en hoe het in de toekomst alleen nog maar belangrijker zal worden. Op hetzelfde moment krimpen de Adviesbureaus voor Opleiding en Beroep noodgedwongen steeds verder in. Dat maakt het moeilijk om te geloven in de uitgesproken intenties.

De Raad heeft doelbewust gekozen voor een "politiek correcte" gang van zaken. Volgens de Raad is dat de beste manier om het onderwerp op de politieke agenda te krijgen.

Ik vraag mij af of dat waar is. Heeft men in en rond het beroepskeuzewerk deze strategie niet al veel te lang toegepast? Ter illustratie: in 1986 heb ik een artikel geschreven waarmee ik de aandacht wilde vestigen op enkele naar mijn mening absurde en kwalijke aspecten van de toen nieuwe subsidieregeling. Het toenmalige tijdschrift Beroepskeuze wilde het echter niet plaatsen omdat men het "te controversieel" vond. Afgezien van een dag gratis beroepskeuzebegeleiding voor iedereen, vele jaren geleden, heeft het beroepskeuzewerk voorzover ik weet nooit actie gevoerd. Wat heeft deze opstelling opgeleverd?

Ik geloof dat het beter is de waarheid niet te verbloemen. En die waarheid is dat

(1) vele jongere en oudere mensen met knagende (school)loopbaanvragen in hun maag zitten,

(2) dat de samenleving er zowel economisch als sociaal, zowel op meso- als op macroniveau zeer mee gebaat is als individuen goede (school)loopbaankeuzes maken, en

(3) dat de eerste-, tweede- en derdelijnsvoorzieningen op dit gebied, ondanks ontelbare mooie woorden in mooie adviezen en rapporten, door vijftien jaar falend overheidsbeleid ernstige schade is aangebracht.

Is het tij nog te keren?

)* Ongeveer deze tekst is gepubliceerd in het tijdschrift Loopbaan, jaargang 2, nr. 3 (december 1996)

)** Tom Luken is docent aan de Akademie Mens Arbeid te Tilburg.